ECLI:NL:CRVB:2010:BK8723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens excessief ziekteverzuim en onzorgvuldige besluitvorming
Betrokkene, lijdend aan Sarcoïdose stadium IV, kreeg haar WAO-uitkering verlaagd van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het ziekteverzuim van betrokkene excessief en structureel was, waardoor tewerkstelling niet redelijk was.
Het UWV stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte afweek van het oordeel van haar deskundige en de behandelend longarts volgde zonder voldoende motivering. De Raad overwoog dat de rechtbank de deskundige wel degelijk volgde, die aangaf dat betrokkene niet dagelijks vier uur achtereen kon werken vanwege vermoeidheidsklachten.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat de urenbeperking onvoldoende houdbaar was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, herroepen het primaire besluit en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering is onzorgvuldig en wordt vernietigd; het UWV moet opnieuw beslissen.