ECLI:NL:CRVB:2010:BK8914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens juiste vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant verzocht om een WAZ-uitkering en stelde dat hij al voor 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt was. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair vastgesteld op 1 januari 2006 en weigerde de uitkering omdat de toegang tot de verzekering per 1 augustus 2004 was geëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant volledig arbeidsongeschikt is, maar dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht op 1 januari 2006 is vastgesteld. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hadden uitvoerig gemotiveerd waarom deze datum juist was. Medische stukken van appellant boden geen objectief bewijs dat hij al vóór 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt was.
De Raad wees ook het beroep op de Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie (Amber) af, omdat artikel 3, eerste lid, onder e, van de WAZ de weigering rechtvaardigt. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.