ECLI:NL:CRVB:2010:BK8928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding na onrechtmatig huisbezoek
Appellante ontving bijstand sinds 1988 en kreeg deze ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 2000 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [E.], zonder dit te melden. Een onaangekondigd huisbezoek in 2007 leidde tot de ontdekking van deze situatie, maar de Raad oordeelde dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van redelijke grond en onvoldoende geïnformeerde toestemming.
Desondanks mocht het bestuursorgaan een nader onderzoek instellen en de daaruit verkregen gegevens gebruiken. Dit onderzoek toonde aan dat appellante en [E.] een gezamenlijke huishouding voerden, onder meer door gezamenlijke verzekeringen, wederzijdse zorg en gedeelde huishoudelijke taken. De financiële bijdrage van [E.] was te laag en constant om als reële vergoeding te gelden.
De Raad concludeerde dat appellante als gehuwd moest worden beschouwd en daarom geen recht had op bijstand als alleenstaande. Het beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden.