ECLI:NL:CRVB:2010:BK9836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht in WWB-zaak
Appellante had bij het College van burgemeester en wethouders van Wageningen bijstand aangevraagd op grond van de WWB. Na een bezwaarprocedure werd het oorspronkelijke besluit deels herroepen en bijstand met ingang van een eerdere datum toegekend, maar de kosten van rechtsbijstand werden niet vergoed. Appellante stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet tijdig op de brief over de betalingstermijn was gewezen en dat het niet-ontvankelijk verklaren in strijd zou zijn met haar mensenrechten, met name artikel 6 EVRM Pro. De Raad oordeelde dat de brief wel degelijk aan de gemachtigde was verzonden en dat het voorschrijven van een betalingstermijn en het verbinden van niet-ontvankelijkheid aan het niet nakomen daarvan niet in strijd is met het EVRM.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante redelijkerwijs niet kan worden vrijgesteld van het verzuim en dat het griffierecht geen wezenlijke belemmering vormt voor toegang tot de rechter. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.