ECLI:NL:CRVB:2010:BK9862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buiten behandeling laten bijstandsaanvraag wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellant diende op 16 november 2006 een aanvraag om bijstand in. Het College verzocht appellant binnen een week ontbrekende gegevens, waaronder bankafschriften, aan te leveren. Toen appellant niet tijdig de gevraagde bankafschriften overlegde, liet het College de aanvraag op 28 december 2006 buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het College verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel binnen de termijn een gesprek had verzocht en dat hij de bankafschriften thuis had, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs in staat moest zijn de bankafschriften tijdig te overleggen en dat de hersteltermijn van een week niet te kort was. Omdat appellant niet tijdig reageerde en geen verlenging vroeg, was het College bevoegd de aanvraag buiten behandeling te laten. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften binnen de hersteltermijn.