ECLI:NL:CRVB:2010:BK9962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bij schending inlichtingenplicht WWB
Appellante ontving sinds 1974 bijstand, maar had in de periode van 1 juli 1997 tot 1 november 2004 vijf niet gemelde bank- en spaarrekeningen met tegoeden boven de vermogensgrens. Het College trok de bijstand over die periode in en vorderde €79.727,18 terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over de tegoeden kon beschikken en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Echter, het College hanteert een beleid van volledige terugvordering zonder uitzondering bij vermogen boven de vrijlatingsgrens, wat kan leiden tot onevenredige uitkomsten.
De Raad vindt dat het beleid te weinig ruimte laat voor situaties waarin gedeeltelijk recht op bijstand zou hebben bestaan bij correcte inlichtingen. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 23 november 2006 en beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij de terugvordering proportioneel moet worden vastgesteld. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Besluit tot volledige terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht wordt vernietigd en College moet nieuw besluit nemen.