ECLI:NL:CRVB:2010:BL0031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellante, werkzaam als callcentermedewerker, meldde zich ziek vanwege rugklachten en kreeg een uitkering op grond van de Ziektewet. Na medisch onderzoek door de bedrijfsarts en verzekeringsartsen werd vastgesteld dat zij per 20 december 2007 volledig geschikt was voor haar eigen werk. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De door appellante overgelegde radiodiagnostische rapportage bood geen duidelijkheid over haar beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder het niet naleven van de Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC) en het ontbreken van een arbeidsdeskundig onderzoek. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. Er was geen objectieve functiestoornis vastgesteld en geen plausibele claim van beperkingen.
De Raad concludeerde dat appellante ondanks haar klachten in staat was haar werkzaamheden te verrichten en dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is terecht beëindigd omdat appellante geschikt werd geacht voor haar eigen werk.