ECLI:NL:CRVB:2010:BL0060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit niet behandelen bijstandsaanvraag wegens onvolledige gegevens
Appellant diende op 27 september 2006 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verzocht appellant om aanvullende financiële gegevens te verstrekken vóór 12 oktober 2006, met de waarschuwing dat bij niet-naleving de aanvraag niet verder behandeld zou worden. Appellant gaf hieraan geen gehoor, waarna het College op 13 oktober 2006 besloot de aanvraag niet te behandelen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 14 december 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 3 april 2008. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep en stelde dat hem een nadere termijn had moeten worden geboden voor het aanleveren van de gevraagde stukken.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was het besluit te nemen op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad stelde dat appellant binnen de hersteltermijn geen verzoek om uitstel had gedaan, waardoor het College redelijkerwijs mocht aannemen dat de gevraagde gegevens tijdig beschikbaar zouden zijn. De enkele geringe overschrijding van de termijn rechtvaardigde geen nieuwe hersteltermijn. Gegevens die na het besluit werden overgelegd, konden in beginsel niet meer worden meegewogen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om de bijstandsaanvraag niet te behandelen wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.