ECLI:NL:CRVB:2010:BL0068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijstand wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding
Appellant had bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Spijkenisse een aanvraag gedaan om toegelaten te worden tot de voorbereidingsfase van de Algemene bijstandswet, welke werd afgewezen. Vervolgens werd bijstand toegekend op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een vastgesteld negatief vermogen. Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het College, waaronder het besluit van 28 maart 2008, dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 april 2008 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn en het beroep tegen het besluit van 28 maart 2008 ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen het besluit van 14 april 2008, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift eerder dan de ontvangstdatum was ingediend.
De Raad oordeelde echter dat het besluit van 28 maart 2008 onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, omdat het College het besluit had genomen zonder kennis te nemen van de op 27 maart 2008 ingediende aanvullende gronden van bezwaar. Dit leidde tot vernietiging van het besluit van 28 maart 2008, waarbij de rechtsgevolgen van dat besluit in stand bleven. De Raad stelde vast dat het College het vermogen van appellant bij aanvang van de bijstand correct had vastgesteld.
Tot slot wees de Raad een vergoeding van het betaalde griffierecht toe aan appellant en zag geen aanleiding om het College te veroordelen in verdere proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 14 april 2008 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 28 maart 2008 wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.