ECLI:NL:CRVB:2010:BL0098

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5411 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van gegrondverklaring beroep tegen verlaging WAZ-uitkering na deskundigenonderzoek

Betrokkene ontving sinds 2003 een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2007 werd deze uitkering door appellant verlaagd naar 55 tot 65%, wat betrokkene aanvocht bij de rechtbank. De rechtbank schorste het onderzoek en liet betrokkene onderzoeken door een onafhankelijke deskundige, psychiater Sonnenschein, die concludeerde dat betrokkene slechts beperkt arbeid kon verrichten onder specifieke omstandigheden.

Appellant stelde in hoger beroep dat het rapport van Sonnenschein niet voldeed aan de geldende richtlijnen en onvoldoende zelfstandig onderzoek bevatte, en verzocht om benoeming van een andere deskundige. De Raad overwoog dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel gevolgd wordt tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen, welke hier niet waren aangetoond.

De Raad concludeerde dat Sonnenschein een zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief dossieronderzoek en overleg met de behandelend psychiater, en dat het rapport voldoende gemotiveerd was. De Raad volgde daarmee de rechtbank en bevestigde de gegrondverklaring van het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: De Raad bevestigt de gegrondverklaring van het beroep van betrokkene tegen de verlaging van zijn WAZ-uitkering en veroordeelt appellant in de proceskosten.

Uitspraak

09/5411 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 augustus 2009, 08/1730 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).
Datum uitspraak: 19 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. H.J. van der Schaft, werkzaam bij FNV Zelfstandigen, een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2009. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.H. Clerx. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Schaft.
II. OVERWEGINGEN
1. Betrokkene is werkzaam geweest als trainer ICT voor gemiddeld 15,4 uur per week. Per 21 oktober 2003 heeft appellant aan betrokkene een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
2.1. Bij besluit van 20 november 2007 heeft appellant aan betrokkene meegedeeld dat zijn WAZ-uitkering per 21 januari 2008 wordt verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
2.2. Bij besluit van 28 april 2008 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene daartegen ongegrond verklaard.
3. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, teneinde betrokkene te laten onderzoeken door een onafhankelijke deskundige. Betrokkene is op 3 december 2008 door psychiater drs. B.H.M.J. Sonnenschein onderzocht. Daarnaast heeft Sonnenschein informatie opgevraagd bij behandelend psychiater C.T.M. Manschot. Sonnenschein komt in zijn rapportage van 5 januari 2009 tot de conclusie dat betrokkene alleen in staat is arbeid te verrichten in een uiterst rustige en veilige omgeving, waarschijnlijk in zelfstandig werk, waarbij hij overdag 10 uur per week of ’s nachts 16 uur per week arbeid kan verrichten. In reactie op het commentaar van bezwaarverzekeringsarts P. van Zalinge van 18 februari 2009 heeft Sonnenschein zijn conclusie gehandhaafd. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om de rapportage van de deskundige niet te volgen. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, appellant de opdracht gegeven om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en beslissingen gegeven over proceskosten en griffierecht.
4. Appellant kan zich niet met de aangevallen uitspraak verenigen en stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat door Sonnenschein geen zorgvuldig medisch onderzoek is verricht en de rapportage niet voldoet aan de richtlijn Medisch Specialistische Rapportage van 31 januari 2008 en de Richtlijn psychiatrische rapportage van december 2001 (hierna: richtlijnen). Volgens appellant ontbreekt met betrekking tot de wel zeer uitzonderlijk te noemen beperkingen, zoals het omgekeerde dag- en nachtpatroon, een eigen zelfstandige beoordeling door Sonnenschein. Appellant verwijst naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 18 februari 2009, 2 maart 2009, 16 april 2009 en
24 september 2009. Appellant verzoekt de Raad ten slotte om een onafhankelijk deskundige te benoemen.
5. De Raad overweegt als volgt.
5.1. In vaste jurisprudentie van de Raad ligt besloten dat het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel wordt gevolgd, tenzij op grond van bijzondere omstandigheden afwijking van deze hoofdregel is geïndiceerd. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor het aannemen van bijzondere omstandigheden. De vraag of appellant in hoger beroep bijzondere omstandigheden naar voren heeft gebracht waardoor het oordeel van de rechtbank onjuist moet worden geacht beantwoordt de Raad ontkennend en hij onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. De Raad ziet evenals de rechtbank geen aanleiding om het oordeel van de onafhankelijke door de rechtbank ingeschakelde deskundige Sonnenschein niet te volgen. Sonnenschein heeft betrokkene op
3 december 2008 onderzocht, heeft dossier onderzoek verricht en heeft informatie opgevraagd bij behandelend psychiater Manschot. De Raad volgt niet de stelling van appellant dat Sonnenschein uitsluitend is afgegaan op de informatie uit de behandelend sector. Uit zijn rapport blijkt dat hij kennis heeft genomen van het dossier, dus ook van de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Tevens heeft hij gereageerd op het commentaar van Van Zalinge. De Raad wijst er voorts op dat de verzekeringsarts betrokkene heeft onderzocht op 26 februari 2007, dus ruim voor de in geding zijnde datum en dat de bezwaarverzekeringsarts hem niet heeft onderzocht, terwijl de behandelend psychiater Manschot elke zes weken contact had met betrokkene. Dat de conclusie van Sonnenschein volgens appellant niet vertaald kan worden in een Functionele Mogelijkhedenlijst en/of niet valt binnen de mogelijkheden van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem maakt dit niet anders. Daarnaast merkt de Raad op dat betrokkene tot 21 januari 2008 een WAZ-uitkering ontving berekend naar een mate van 80 tot 100% vanwege het ontbreken van duurzaam beschikbare mogelijkheden en dat uit de gegevens van behandelend psychiater Manschot en de deskundige niet blijkt dat de gezondheidstoestand van betrokkene was verbeterd op de datum in geding.
5.2. De stelling van appellant dat het rapport van Sonnenschein niet voldoet aan de richtlijnen slaagt evenmin. De richtlijnen zijn weliswaar nuttige hulpmiddelen maar geen wettelijke regels, waarvan niet mag worden afgeweken. Het rapport van Sonnenschein is inzichtelijk gemotiveerd en zijn conclusie is voldoende onderbouwd. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om een (andere) deskundige te benoemen.
5.3. Hetgeen is overwogen in 5.1 en 5.2 leidt de Raad tot de conclusie dat de rechtbank bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene terecht gegrond heeft verklaard en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag groot € 644,-;
Bepaalt dat van het Uwv een recht van € 447,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2010.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) A.C.A. Wit.
TM