ECLI:NL:CRVB:2010:BL0342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- C.G. Kasdorp
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing immateriële schadevergoeding bij onrechtmatige opschorting bijstand
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de opschorting van haar recht op bijstand door het College van burgemeester en wethouders van Zwolle. Na intrekking van eerdere besluiten en voortzetting van de bijstand werd het beroep ingetrokken en verzocht zij om vergoeding van materiële en immateriële schade. De rechtbank kende vergoeding toe voor de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, maar wees de immateriële schadevergoeding af.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geestelijk letsel had opgelopen door de onrechtmatige opschorting, met gevolgen zoals betalingsachterstanden en emotionele stress. De Raad toetste dit aan artikel 6:106 BW Pro en de vaste rechtspraak omtrent immateriële schadevergoeding bij bestuursrechtelijke onrechtmatigheden.
Hoewel de Raad aannemelijk achtte dat appellante psychisch onbehagen had ervaren, concludeerde zij dat niet was voldaan aan de criteria voor een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of andere persoonlijkheidsrechten. Daarom werd het verzoek om immateriële schadevergoeding terecht afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De wettelijke rente was inmiddels aan appellante uitbetaald als vergoeding voor de vertraagde uitkering.
Uitkomst: De immateriële schadevergoeding wordt afgewezen, maar de vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen.