ECLI:NL:CRVB:2010:BL0345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens inkomsten uit arbeid en toetsing gelijkheidsbeginsel
Appellant ontving sinds oktober 2004 een bijstandsuitkering en trad op 6 oktober 2006 in dienst bij een bedrijf voor 26 uur per week tegen een salaris dat hoger was dan zijn bijstandsnorm. Het Dagelijks Bestuur beëindigde daarom de bijstand per 1 november 2006 en verleende over oktober 2006 nog aanvullende bijstand.
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onterecht was en voerde strijd met het gelijkheidsbeginsel aan, omdat een collega in een vergelijkbare situatie wel bijstand ontving over niet-gewerkte dagen. Tevens klaagde appellant over de aard van het werk in het kader van een re-integratietraject, maar dit viel buiten het bestreden besluit.
De Raad oordeelde dat appellant met ingang van 1 november 2006 geen recht meer had op bijstand omdat zijn inkomsten uit arbeid de norm overschreden. De Raad stelde vast dat er geen gelijke gevallen waren en dat een eventuele fout in de behandeling van de collega niet tot herhaling hoeft te leiden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellant is terecht beëindigd per 1 november 2006 wegens inkomsten uit arbeid boven de bijstandsnorm.