ECLI:NL:CRVB:2010:BL0368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als goudsmid
Appellant meldde zich ziek wegens psychische klachten en klachten aan linkerarm en schouder. Het UWV stelde vast dat appellant na afloop van de wachttijd geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij geschikt was voor zijn eigen werk als goudsmid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige grondslag voldoende was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten en fysieke beperkingen onderschat waren.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, met inachtneming van medische dossiers en informatie van de behandelend psychiater. Rond de datum van beoordeling was appellant nog niet in dagbehandeling voor psychische klachten. De arbeidskundige rapporten bevestigden dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.