ECLI:NL:CRVB:2010:BL0371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende objectivering medische klachten
Appellante, sinds 1988 arbeidsongeschikt wegens lichamelijke en psychische klachten, kreeg in 2006 bericht dat haar WAO-uitkering per 14 februari 2007 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar stelde het UWV dit bij tot 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante geschikt was voor de door het UWV geselecteerde functies.
In hoger beroep stelde appellante dat haar chronische pijnklachten, waaronder bekkeninstabiliteit en fibromyalgie, een urenbeperking rechtvaardigden en dat het UWV onvoldoende aanvullende medische informatie had ingewonnen. De Raad stelde vast dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was, met uitgebreide beoordeling van medische gegevens en overleg tussen artsen. De klachten konden niet objectief worden vastgesteld, ook niet op basis van informatie van de behandelend sector.
De Raad overwoog verder dat de Standaard Verminderde Arbeidsduur een aanvaardbare leidraad is en dat het UWV terecht geen urenbeperking heeft opgenomen in de functionele mogelijkhedenlijst. Ook waren er geen aanwijzingen dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren. Het hoger beroep slaagde daarom niet en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beperking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.