ECLI:NL:CRVB:2010:BL0373

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4299 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens niet tijdige betaling griffierecht en recht op toegang tot de rechter

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen vijf uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam en werd bij brieven uitgenodigd om het griffierecht van vijf keer €110,- te voldoen. Dit griffierecht was niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven op de rekening van de Raad, waardoor de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde.

Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf daarbij aan binnen de termijn niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen, wat de Raad als een verzoek om uitstel van betaling interpreteerde. De Raad had hierop niet inhoudelijk gereageerd, wat in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro.

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en stelt appellant alsnog in de gelegenheid om het griffierecht te voldoen binnen twee termijnen: binnen zes weken voor twee zaken en binnen twaalf weken voor drie zaken. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en appellant krijgt alsnog de gelegenheid het griffierecht binnen gestelde termijnen te voldoen.

Uitspraak

09/4299 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 17 juli 2009, 09/2583 en 09/2027, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
Datum uitspraak: 21 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 november 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 november 2009 heeft appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 november 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Behalve tegen de aangevallen uitspraak heeft appellant tegelijkertijd eveneens hoger beroep ingesteld tegen vier andere uitspraken van (de voorzieningenrechter van) de rechtbank Amsterdam. In verband hiermee is appellant bij - aangetekend verzonden - brieven van 7 september 2009 uitgenodigd vijf maal € 110,- griffierecht te voldoen. Bij brief van 9 september 2009 heeft appellant gemotiveerd aangegeven daartoe binnen de gestelde termijn (van vier weken) niet in staat te zijn.
Mede gelet op hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht, is de Raad van oordeel dat de brief van appellant van 9 september 2009 een verzoek om uitstel van betaling inhoudt. Ten onrechte heeft de Raad heeft daarop niet, althans niet inhoudelijk, gereageerd.
In de omstandigheden van het geval ziet de Raad, in het licht van het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter, aanleiding het daarheen te leiden dat appellant alsnog in de gelegenheid wordt gesteld het in de vijf hiervoor bedoelde zaken verschuldigde griffierecht te voldoen, en wel als volgt:
- binnen zes weken na verzending van de daartoe strekkende brieven van de griffier van
de Raad het griffierecht in twee zaken, in totaal € 220,-;
- binnen twaalf weken na verzending van de daartoe strekkende brieven van de griffier
van de Raad het griffierecht in drie zaken, in totaal € 330,-.
Het verzet dient gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 november 2009 vervalt en dat het onderzoek, met inachtneming van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen, wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten van appellant waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking zou kunnen hebben, is de Raad ten slotte niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
mm