ECLI:NL:CRVB:2010:BL0373
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard wegens niet tijdige betaling griffierecht en recht op toegang tot de rechter
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen vijf uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam en werd bij brieven uitgenodigd om het griffierecht van vijf keer €110,- te voldoen. Dit griffierecht was niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven op de rekening van de Raad, waardoor de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf daarbij aan binnen de termijn niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen, wat de Raad als een verzoek om uitstel van betaling interpreteerde. De Raad had hierop niet inhoudelijk gereageerd, wat in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en stelt appellant alsnog in de gelegenheid om het griffierecht te voldoen binnen twee termijnen: binnen zes weken voor twee zaken en binnen twaalf weken voor drie zaken. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en appellant krijgt alsnog de gelegenheid het griffierecht binnen gestelde termijnen te voldoen.