ECLI:NL:CRVB:2010:BL0854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig assistent bedrijfsleidster, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2006 en 2007 door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor lichte werkzaamheden met beperkingen, en haar uitkering werd ingetrokken per 6 september 2007.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat haar chronische pijnklachten onvoldoende waren erkend en dat de voorgestelde functies niet passend waren vanwege conflicthantering en opleidingsniveau. Zij overhandigde een rapport van een anesthesioloog ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De klachten van appellante waren onvoldoende objectief te onderbouwen en het whiplashsyndroom was niet relevant vanwege de onverzekerde periode en het feit dat zij daarna werkte. De Raad vond geen reden om de geschiktheid voor de functies in twijfel te trekken en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen en geschiktheid voor passende functies.