ECLI:NL:CRVB:2010:BL0865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als algemeen medewerker via een uitzendbureau, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval door medische klachten. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast die in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. De arbeidsdeskundige selecteerde functies waarop appellant nog inzetbaar zou zijn, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het UWV wees de WIA-uitkering af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de arbeidskundige onderbouwing aanvankelijk onvoldoende was. In hoger beroep werd de arbeidskundige grondslag nader onderbouwd met rapportages waarin functies werden aangepast en gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat geen aanleiding was tot nader medisch onderzoek. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellant met zijn beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen. Het bestreden besluit kon daarom niet in stand blijven, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering omdat arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt en de arbeidskundige onderbouwing in hoger beroep voldoende is.