ECLI:NL:CRVB:2010:BL1103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-uitkering met korting wegens niet-verzekerde periode in Portugal
Appellant, geboren in 1938 en woonachtig in Portugal, was van februari 1965 tot augustus 1965 in Nederland werkzaam en viel daarna uit wegens arbeidsongeschiktheid. Na terugkeer naar Portugal ontving hij een Portugese invaliditeitsuitkering en later een WAO-uitkering in Nederland.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende appellant een AOW-uitkering toe met een korting van 94% voor de periode waarin hij niet verzekerd was, omdat hij vanaf 1 maart 1967 in Portugal werkte en een invaliditeitsuitkering ontving. Dit was gebaseerd op het formulier E 205 van het Centro Nacional de Pensoes en de geldende Koninklijke besluiten die de verzekeringsplicht beperken voor personen die buiten Nederland wonen en een buitenlandse uitkering ontvangen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat er geen grondslag was voor verzekering over de periode van 1 maart 1967 tot 20 september 2003 en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 94% op de AOW-uitkering wordt bevestigd.