ECLI:NL:CRVB:2010:BL1150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlaging WAJONG-uitkering wegens loonheffing
Appellant ontving een lagere WAJONG-uitkering vanaf juli 2004 vanwege een hogere loonheffing, wat bleek uit een bankafschrift. Hij diende een beroepschrift in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het ging om een primaire beslissing waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt bij het UWV.
Na terugwijzing door de Raad werd het UWV als partij betrokken en verklaarde de rechtbank het beroep opnieuw niet-ontvankelijk. Het UWV stelde dat het niet bevoegd was om te beslissen over de verlaging van de uitkering, omdat deze voortvloeit uit belastingwetgeving en appellant zich tot de Belastingdienst moet wenden.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze oordelen en wees erop dat het bezwaar met toepassing van artikel 6:15 Awb Pro moet worden doorgestuurd naar de bevoegde belastinginspecteur. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De inhoudelijke klacht van appellant over een verband met een politieverhoor werd niet gevolgd.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar wordt doorgestuurd naar de belastinginspecteur; het UWV moet het griffierecht vergoeden.