ECLI:NL:CRVB:2010:BL1158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ophoging WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1999, verzocht om ophoging van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde dit op grond van medisch onderzoek waaruit bleek dat de beperkingen ongewijzigd waren gebleven. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens ondeugdelijk onderzoek en beval nieuw onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep het medisch onderzoek van deskundige Thomassen, die de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 29 maart 2004 bevestigde, gevolgd. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een toename van beperkingen die ten minste vier weken onafgebroken duurde in de relevante periode van 15 oktober 2003 tot 13 april 2005.
Appellant voerde aan dat de diagnose onjuist was en dat er aanvullende onderzoeken, onder meer naar gehoorproblemen, hadden moeten plaatsvinden. De Raad verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de deskundige expliciet had vastgesteld dat er geen communicatiebelemmeringen waren door gehoorproblemen. Ook de opmerking over het opstarten van werkzaamheden werd door de Raad uitgelegd als een verwijzing naar re-integratiebegeleiding en niet als indicatie voor zwaardere beperkingen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van ophoging van de WAO-uitkering wordt bevestigd.