ECLI:NL:CRVB:2010:BL1762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, maar het beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist volgens artikel 6:5 Awb Pro. De gemachtigde van appellante werd meerdere malen verzocht om binnen gestelde termijnen de beroepsgronden in te dienen, met waarschuwingen dat het uitblijven hiervan tot niet-ontvankelijkverklaring zou leiden.
Na het terugtrekken van de gemachtigde en het verstrijken van de termijnen zonder dat appellante de gronden indiende, heeft de Raad haar nogmaals schriftelijk verzocht de gronden te overleggen. Deze brieven werden niet afgehaald en de Raad heeft vastgesteld dat deze naar het juiste adres waren verzonden.
Omdat appellante geen verontschuldigingen voor het verzuim heeft aangevoerd, oordeelt de Raad dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.