ECLI:NL:CRVB:2010:BL1764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 27 april 2007 in te trekken. De rechtbank Utrecht vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, met name over de medische beperkingen en het gebruik van krukken. Het UWV nam daarop een nieuw besluit op bezwaar, waarin het de intrekking handhaafde.
In hoger beroep stelde appellante dat zij meer beperkt was dan door het UWV aangenomen en niet in staat was de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het eerdere besluit vernietigde vanwege motiveringsgebreken, maar dat er geen aanwijzingen waren dat het UWV de beperkingen van appellante onvoldoende had ingeschat.
De Raad baseerde zich op rapportages van bezwaarverzekeringsartsen en specialisten Elsenburg en Van de Laar, die geen neurologische of orthopedische afwijkingen vonden die zwaardere beperkingen rechtvaardigen. Ook het gebruik van krukken werd niet als noodzakelijk geacht. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het besluit van 12 augustus 2009 bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.