ECLI:NL:CRVB:2010:BL2140

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2857 AW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet betalen griffierecht in hoger beroep bestuursrecht

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze beslissing werd verzet ingesteld door de advocaat van appellant.

Tijdens de zitting waren partijen niet aanwezig. De Raad overwoog dat de brief waarin de betaling werd gevorderd correct was verzonden aan de juiste gemachtigde, ondanks de stelling van de advocaat dat dit niet het geval was. Het griffierecht was niet betaald en er was geen reden om te veronderstellen dat appellant niet in verzuim was.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier R. Groothuis op 20 januari 2010.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

09/2857 AW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2009, 08/6440, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden
Datum uitspraak: 20 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 28 september 2009 heeft de Raad het namens appellant door mr. A. Keulemans, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 28 september 2009 heeft mr. C.R. Rutte, advocaat te Alkmaar, namens appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 december 2009, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 20 augustus 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 13 juli 2009 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft mr. Rutte, die zich bij brief van 7 juli 2009 als opvolgend gemachtigde van appellant heeft gesteld, aangevoerd dat de brief van 13 juli 2009 ten onrechte niet is verzonden aan hem, maar aan mr. Keulemans.
Deze stelling is feitelijk onjuist. Uit de gedingstukken blijkt dat de brief van 13 juli 2009 is verzonden aan - het juiste kantooradres van - mr. Rutte.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
SB