ECLI:NL:CRVB:2010:BL2142

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1223 AKW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in herzieningsverzoek sociale zekerheidszaak

Appellant heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een uitspraak van de Raad van 28 juli 2006. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend.

Tijdens de zitting op 9 december 2009 waren partijen niet verschenen. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het niet tijdig betalen van het griffierecht kunnen rechtvaardigen. De Raad verwijst naar de eerdere uitspraak van 17 september 2009 waarin is vastgesteld dat appellant ruim de gelegenheid heeft gekregen om het griffierecht te voldoen of zijn financiële situatie toe te lichten.

Gelet op het voorgaande wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier R. Groothuis, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

08/1223 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het verzoek om herziening van:
[appellant], (hierna: appellant),
van de uitspraak van de Raad van 28 juli 2006, 05/5410,
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 20 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 17 september 2009 heeft de Raad het door appellant gedane verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 17 september 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 december 2009, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 17 september 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Voor een overzicht van de gang van zaken verwijst de Raad naar de uitspraak van 17 september 2009.
In het verzetschrift heeft appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd.
De Raad acht de uitspraak van 17 september 2009 juist. Appellant is door de Raad ruim in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen, dan wel - ten minste - concrete gegevens over zijn financiële situatie te verschaffen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
NW