ECLI:NL:CRVB:2010:BL2816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Intrekking van WAO-uitkering en afwijzing verzoek om herziening door het Uwv
In deze zaak gaat het om de intrekking van de WAO-uitkering van appellant, die zijn uitkering met ingang van 7 juni 2005 had verloren. Het Uwv had op 6 september 2007 besloten om niet terug te komen op het eerdere besluit van 11 april 2005, waarin de uitkering was ingetrokken. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt en later hoger beroep ingesteld. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening van het besluit rechtvaardigden. Appellant stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid per 23 februari 2007 voortkwam uit een andere oorzaak dan waarvoor de uitkering was toegekend, maar de rechtbank oordeelde dat de verkorte wachttijd van vier weken niet op hem van toepassing was.
Tijdens de zitting op 11 december 2009 was appellant niet aanwezig, maar het Uwv werd vertegenwoordigd door M.J.H. Maas. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld en is tot de conclusie gekomen dat de rechtbank de beroepsgronden van appellant afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad heeft zich verenigd met het oordeel van de rechtbank en heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. Er waren geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 5 februari 2010.