ECLI:NL:CRVB:2010:BL2816

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6783 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking van WAO-uitkering en afwijzing verzoek om herziening door het Uwv

In deze zaak gaat het om de intrekking van de WAO-uitkering van appellant, die zijn uitkering met ingang van 7 juni 2005 had verloren. Het Uwv had op 6 september 2007 besloten om niet terug te komen op het eerdere besluit van 11 april 2005, waarin de uitkering was ingetrokken. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt en later hoger beroep ingesteld. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening van het besluit rechtvaardigden. Appellant stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid per 23 februari 2007 voortkwam uit een andere oorzaak dan waarvoor de uitkering was toegekend, maar de rechtbank oordeelde dat de verkorte wachttijd van vier weken niet op hem van toepassing was.

Tijdens de zitting op 11 december 2009 was appellant niet aanwezig, maar het Uwv werd vertegenwoordigd door M.J.H. Maas. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld en is tot de conclusie gekomen dat de rechtbank de beroepsgronden van appellant afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad heeft zich verenigd met het oordeel van de rechtbank en heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. Er waren geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 5 februari 2010.

Uitspraak

08/6783 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 3 november 2008, 07/4055
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 februari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.E.F. Bredo, werkzaam bij FNV Bondgenoten, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M.J.H. Maas.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 6 september 2007 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit niet terug te komen op het besluit van 11 april 2005 om de WAO-uitkering van appellant met ingang van 7 juni 2005 in te trekken en, subsidiair, geen WAO-uitkering toe te kennen met toepassing van een verkorte wachttijd van vier weken.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellant tegen het besluit van 6 september 2007 ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat het Uwv bevoegd was om met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht het verzoek om herziening van het besluit van 11 april 2005 af te wijzen daar niet is gebleken van de vereiste nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de arbeidsongeschiktheid van appellant per 23 februari 2007 voortkomt uit een andere oorzaak dan die waarvoor de ingetrokken uitkering aan appellant was toegekend en dat derhalve de verkorte wachttijd van vier weken niet op appellant van toepassing is.
3. In hoger beroep heeft appellant herhaald hetgeen hij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd.
4.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde beroepsgronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen.
4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4.3. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter, J. Brand en B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2010.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M.A. van Amerongen.
TM