ECLI:NL:CRVB:2010:BL2914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1949, was wegens lichamelijke klachten uitgevallen en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten. De rechtbank vernietigde een eerder besluit vanwege onvoldoende onderbouwing over het omgaan met conflicten, maar verklaarde het latere besluit ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij functioneel eenarmig is en dat zijn medicijngebruik beperkingen oplevert, waardoor bepaalde functies niet passend zouden zijn. De Raad overwoog dat de medische gegevens, waaronder een cardiologisch rapport, geen aanwijzingen geven voor zwaardere beperkingen. Ook het bezwaarverzekeringsartsrapport en het neurochirurgisch advies ondersteunen dat appellant niet functioneel eenarmig is.
De Raad concludeerde dat de arbeidskundige beoordeling en de functies die appellant zou kunnen vervullen, adequaat zijn vastgesteld. De bezwaren over medicijngebruik en functiegeschiktheid werden niet voldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, weigering WIA-uitkering bevestigd.