ECLI:NL:CRVB:2010:BL3109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15 tot 25%, later verhoogd naar 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onvoldoende motivering door het UWV, vooral omtrent de arbeidskundige beoordeling.
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar, maar appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend, met name haar ernstige vermoeidheid en sociale beperkingen. De Raad sloot zich aan bij de rechtbank en oordeelde dat de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsartsen juist was, maar dat het besluit van 18 maart 2009 onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar van 18 maart 2009 wegens het motiveringsgebrek, terwijl de rechtsgevolgen in stand bleven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 februari 2010.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 18 maart 2009 wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, met inachtneming van de rechtsgevolgen en vergoeding van proceskosten aan appellante.