ECLI:NL:CRVB:2010:BL3215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing indicatie huishoudelijke verzorging wegens beschikbare behandelmogelijkheden
Appellant diende een aanvraag in voor huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ vanwege beperkingen aan zijn linkerhand na een operatie in 1987. Het CIZ wees de aanvraag af omdat er onvoldoende gezondheidsproblemen waren vastgesteld en de aandoening nog behandelmogelijkheden bood.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het oordeel van de medisch adviseur en de zorgvuldigheid van het onderzoek onderschreef. Appellant voerde aan dat er wel degelijk sprake was van een medische eindtoestand, onderbouwd met medisch rapport van een neurofysioloog.
De Raad oordeelt dat op basis van de medische informatie niet kan worden aangenomen dat er geen behandelmogelijkheden meer waren. Hoewel appellant geen behandeling wilde, stond niet vast dat deze niet beschikbaar waren. Het beleid van het CIZ, dat huishoudelijke verzorging alleen wordt geïndiceerd als er geen behandelmogelijkheden meer zijn of in combinatie met behandeling, wordt als redelijk en rechtmatig beoordeeld.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor huishoudelijke verzorging wordt afgewezen omdat er nog behandelmogelijkheden waren voor de klachten van appellant.