ECLI:NL:CRVB:2010:BL3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn na 1999
Appellant, die in 1973 naar Marokko terugkeerde met behoud van WAO-uitkering, was in het vierde kwartaal van 1999 verzekerd krachtens de AKW. In 2005 diende hij een aanvraag in voor kinderbijslag voor zijn kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat appellant niet meer verzekerd was na 1999 volgens artikel 27 van Pro KB 746 en artikel 7c van de AKW.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden omdat hij over het vierde kwartaal van 1999 geen recht op kinderbijslag had. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij verzekerd was en eerder een aanvraag had ingediend, maar dit kon niet worden bewezen.
De Raad overwoog dat de zinsnede "recht had op kinderbijslag" in artikel 27 van Pro KB 746 tweeërlei uitleg kent: een theoretisch recht of een daadwerkelijk toegekend recht. De Raad volgt de uitleg van de Svb dat het daadwerkelijk toegekend recht vereist, mede vanwege artikel 14 AKW Pro dat terugwerkende kracht beperkt tot één jaar. Hierdoor kan appellant geen kinderbijslag krijgen over het vierde kwartaal van 1999 of daarvoor.
De Raad concludeert dat de Svb terecht het daadwerkelijk toegekend recht als maatstaf heeft genomen en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet verzekerd was na 1999.