ECLI:NL:CRVB:2010:BL3669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag na late aanvraag ondanks terugwerkende WAO-toekenning
Appellant, die in 1999 verzekerd was krachtens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), keerde terug naar Marokko en verloor zijn WAO-uitkering per 1 juli 1998. Na een bezwaarprocedure kreeg hij in 2006 met terugwerkende kracht een WAO-uitkering toegekend vanaf 1 juli 1998. Vervolgens vroeg hij in september 2006 kinderbijslag aan voor zijn kinderen.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de kinderbijslag toe te kennen over perioden vóór de aanvraag, met name over het vierde kwartaal van 1999, omdat appellant niet verzekerd was volgens de overgangsregeling in artikel 27 van Pro KB 746. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het recht op kinderbijslag niet alleen theoretisch moet bestaan, maar dat daadwerkelijk kinderbijslag moet zijn toegekend over het vierde kwartaal van 1999 om onder de overgangsregeling te vallen. Aangezien appellant zijn recht niet eerder had veiliggesteld en de aanvraag pas in 2006 deed, kan hem geen kinderbijslag worden toegekend over de betreffende periode.
De beslissing is gebaseerd op een strikte interpretatie van artikel 27 van Pro KB 746 en artikel 14 van Pro de AKW, waarbij de Raad het beleid van de Svb onderschrijft. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om kinderbijslag wordt afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de overgangsregeling en zijn recht niet tijdig had veiliggesteld.