ECLI:NL:CRVB:2010:BL3971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding bezwaartermijn tegen UWV-besluit WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV van 5 oktober 2005 waarin hem een WAO-uitkering werd toegekend. Hij stelde dat hij binnen de bezwaartermijn van zes weken bezwaar had gemaakt, maar dat het bezwaarschrift niet was ontvangen door het UWV. Na meerdere pogingen en correspondentie met het UWV, diende appellant uiteindelijk op 6 februari 2007 een bezwaarschrift in via de Nederlandse Ambassade in Ankara.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend en er geen bewijs was dat het bezwaar eerder was ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hem niet verweten kon worden dat het bezwaarschrift het UWV niet tijdig had bereikt.
De Raad stelde appellant in de gelegenheid bewijs te leveren van tijdige indiening, maar appellant kon geen verzendbewijzen of andere bewijsstukken overleggen. Uit intern onderzoek van het UWV bleek geen correspondentie of telefoongesprekken te zijn geweest die het tijdig indienen van bezwaar aannemelijk maakten.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar binnen de termijn was ingediend en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro om het bezwaar alsnog in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.