ECLI:NL:CRVB:2010:BL4183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van het recht op ziekengeld na hersteldverklaring
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 17 februari 2010 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om het recht op ziekengeld te beëindigen. Appellant, die werkzaam was als hulpverlener bij de Stichting Marokkaanse Gemeenschap, had zich op 14 mei 2007 ziek gemeld vanwege overspannenheid en lichamelijke klachten. Na een onderzoek door de verzekeringsarts N.M.M. Kummeling werd appellant per 10 april 2008 hersteld verklaard, waarna het Uwv hem meedeelde dat hij geen recht meer had op ziekengeld. Appellant ging hiertegen in bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na herbeoordeling door bezwaarverzekeringsarts A.J. Hoffman.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische klachten, die volgens hem voortvloeiden uit zijn overspannenheid. Hij overhandigde rapportages van zijn behandelend psycholoog ter ondersteuning van zijn standpunt. De Raad overwoog echter dat de rapportages geen bewijs leverden dat de klachten al bestonden op de datum van de hersteldverklaring. De Raad concludeerde dat het Uwv op goede gronden het ziekengeld had beëindigd, en dat er geen reden was om de eerdere uitspraak van de rechtbank te herzien.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat er geen termen aanwezig waren voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan in het openbaar, met de griffier D.E.P.M. Bary aanwezig. De Raad benadrukte dat de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsarts niet ter discussie stonden, en dat de omstandigheden na de hersteldverklaring niet meegewogen konden worden in de beoordeling van het recht op ziekengeld.