ECLI:NL:CRVB:2010:BL4237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na medisch onderzoek en bezwaar
Appellant, werkzaam als uitzendkracht, meldde zich ziek wegens rechterschouder- en lage rugklachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar besloot na medisch onderzoek door een verzekeringsarts dat appellant vanaf 24 december 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij niet langer arbeidsongeschikt was.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts die het standpunt van de primaire verzekeringsarts onderschreef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en stelde dat zijn werk fysiek belastend was en hij zijn werkzaamheden niet kon verrichten. De Raad overwoog dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde en sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts. Ook een verklaring van de fysiotherapeut bracht geen ander oordeel mee. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 24 december 2007.