ECLI:NL:CRVB:2010:BL4267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding ondanks vakantie
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd meegedeeld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering. Het bezwaar werd echter te laat ingediend, waarna het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. Appellant voerde aan dat hij wegens vakantie in het buitenland niet tijdig kon reageren en dat zowel zijn werkgever als de WW-afdeling van het UWV hiervan op de hoogte waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overwoog dat het de verantwoordelijkheid van appellant was om tijdens zijn afwezigheid adequate maatregelen te treffen, zoals het laten indienen van een bezwaarschrift door een derde. Het melden van vakantie aan de werkgever en de WW-afdeling van het UWV, die niet bevoegd was voor het besluit, volstond niet als maatregel.
De Raad vond geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding en oordeelde dat het UWV niet onzorgvuldig had gehandeld door het besluit tijdens de vakantieperiode te verzenden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen zonder verschoonbare reden.