ECLI:NL:CRVB:2010:BL4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag wegens bereiken 65-jarige leeftijd niet onjuist verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen de beëindiging van een toeslag door het UWV, die per 1 januari 2003 werd stopgezet omdat appellant toen de 65-jarige leeftijd bereikte. Het UWV had eerder besloten de toeslag gefaseerd af te bouwen en uiteindelijk te beëindigen. De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV deels vernietigd en deels niet-ontvankelijk verklaard.
Tijdens de procedure trok het UWV het oorspronkelijke besluit in en kende appellant per 1 januari 2001 de volledige toeslag toe, met een aangekondigde beëindiging per 1 juli 2003. Later stelde het UWV dat de toeslag per 1 januari 2003 moest eindigen vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Appellant voerde geen inhoudelijke gronden aan tegen deze beëindiging, behalve een financieel tekort, wat de Raad niet voldoende vond om het besluit onjuist te achten.
De Raad besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van eerdere besluiten. Tevens verklaarde de Raad het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 17 februari 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond.