ECLI:NL:CRVB:2010:BL4591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, welke bij besluit van 12 september 2006 is ingetrokken met ingang van 13 november 2006. Het bezwaar tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, waarbij het medische onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten ernstiger waren dan eerder vastgesteld en dat hij meer beperkingen had, mede door bijwerkingen van medicatie. Tevens stelde hij dat geen onderzoek door een onafhankelijke psychiater had plaatsgevonden. Het UWV stelde dat er geen aanwijzingen waren voor voortduren van een depressieve stoornis en dat medicatiegebruik geen invloed meer had op het reactievermogen.
De Raad concludeerde dat de nieuwe argumenten van appellant geen nieuwe gezichtspunten bevatten en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er was geen bewijs voor diabetes of andere beperkingen die niet al waren meegenomen. De beperkingen zoals vastgesteld door psycholoog Poelstra werden overgenomen en er was geen aanleiding voor aanvullend psychiatrisch onderzoek. De geduide functies waren passend en het hoger beroep werd verworpen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.