ECLI:NL:CRVB:2010:BL4592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 8 januari 2006 te beëindigen wegens een vermindering van zijn arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat hij medisch ernstiger beperkt is dan aangenomen.
De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat appellant op de peildatum niet in staat was om een van de relevante functies te vervullen vanwege ernstige psychiatrische beperkingen. Deze conclusie werd ondersteund door eerdere medische rapporten en ondanks een kritische reactie van de bezwaarverzekeringsarts bleef de Raad overtuigd van de deskundige beoordeling.
De Raad oordeelde dat de medische grondslag voor de beëindiging van de WAO-uitkering niet deugdelijk was en dat de belastbaarheid opnieuw vastgesteld moet worden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.