ECLI:NL:CRVB:2010:BL5307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet tijdig overleggen gegevens
Appellante diende op 12 januari 2007 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verzocht haar om ontbrekende stukken, waaronder bankafschriften, uiterlijk 1 februari 2007 aan te leveren. Toen appellante niet binnen deze termijn de gevraagde gegevens aanleverde, liet het College de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet tijdig kon voldoen aan de informatieverplichting en dat de Dienst Werk en Inkomen haar onjuist had behandeld.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende tijd had gekregen om de gegevens te overleggen en dat niet was gebleken dat zij niet over de gevraagde gegevens beschikte of deze niet redelijkerwijs kon verkrijgen. Haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal deed hieraan niet af. Ook was er geen bewijs dat het College onzorgvuldig had gehandeld. Gegevens die na het primaire besluit werden overgelegd, konden niet in aanmerking worden genomen. De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig overleggen van de gevraagde gegevens.