ECLI:NL:CRVB:2010:BL5406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onjuiste toepassing inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand tot 11 juli 2000 als alleenstaande en daarna als gehuwden. Het College trok de bijstand in vanaf 27 juni 2000 wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant een eenmanszaak had en bedrijfspanden huurde waar hennepkwekerijen werden aangetroffen.
De Raad oordeelt dat appellant vanaf 27 juni 2000 tot 11 augustus 2005 betrokken was bij bedrijfsmatige activiteiten, maar dat appellante niet kan worden verweten de inlichtingenverplichting te hebben geschonden in de periode dat zij afzonderlijk bijstand ontving. Ook is geen grond voor intrekking vanaf 1 september 2005.
De Raad vernietigt de besluiten van het College en de rechtbank voor zover deze zien op de intrekking van bijstand van appellante over 27 juni tot 10 juli 2000, de intrekking vanaf 1 september 2005 en de terugvordering. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de kosten van appellanten vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.