ECLI:NL:CRVB:2010:BL5455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs woonsituatie
Appellant diende op 5 september 2006 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering en gaf daarbij op woonachtig te zijn op het adres van zijn ouders. Het College wees de aanvraag af omdat appellant volgens hen niet op dat adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit omdat appellant volgens hen zijn inlichtingenplicht had geschonden door onduidelijkheid te scheppen over zijn woonsituatie.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de verklaring van appellant onvoldoende aanknopingspunten bevat om het oordeel van de rechtbank over de onduidelijkheid van de woonsituatie te rechtvaardigen. Appellant verbleef tijdelijk bij zijn ouders en gaf aan daar vier à vijf dagen per week te slapen, met de overige dagen bij familie of vriendin. Er was geen bewijs dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad stelt vast dat het College niet kon aantonen dat de huisbezoeken en getuigenverklaringen aan hun standpunt ten grondslag lagen. Daarom is de afwijzing van de aanvraag onvoldoende gemotiveerd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het College dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen omdat de afwijzing onvoldoende is gemotiveerd.