ECLI:NL:CRVB:2010:BL5531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcties premieloon werknemersverzekeringen ondanks bezwaar werkgever
Appellante exploiteert sinds 1992 een cafetaria en werd onderzocht vanwege vermoedelijke overtreding van de Wet op de kansspelen en mogelijke zwartwerkpraktijken. Het UWV voerde een onderzoek uit en stelde vast dat lonen niet volledig in de loonadministratie waren verantwoord en dat hierover geen premies waren afgedragen.
Op basis van verklaringen van werknemers werd een schatting gemaakt van het aantal gewerkte uren per week, wat leidde tot correctienota's over de jaren 2000 tot en met 2003. Na bezwaar en diverse procedures stelde het UWV het aantal uren voor 2000 bij, maar hield het bezwaar voor de overige jaren ongegrond.
De rechtbank vernietigde het besluit voor 2000 en gaf opdracht tot een nieuw besluit, waarna het UWV het aantal uren op 54 stelde. In hoger beroep bestreed appellante de juistheid van de schattingen en het nieuwe besluit. De Raad oordeelde dat de schattingen redelijk waren, mede gelet op het ontbreken van een deugdelijke loonadministratie en onvoldoende onderbouwing van appellante.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep tegen het besluit van 5 december 2008 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de correctienota's en het besluit van 5 december 2008 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.