ECLI:NL:CRVB:2010:BL5745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering arbeidsongeschiktheid niet gehandhaafd na hoger beroep
Appellant ontving een WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV herzag deze uitkering bij besluit van 18 mei 2006 naar 35-45%, maar verklaarde bezwaar gegrond en herzag het besluit op 20 februari 2007 naar 65-80% arbeidsongeschiktheid met ingang van 10 maart 2007. Appellant stelde beroep in tegen deze herziening. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en liet de rechtsgevolgen ervan in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de inschatting van zijn gezondheidstoestand en de proceskosten. Tijdens de zitting gaf het UWV aan het standpunt over de herziening van de uitkering niet langer te handhaven wegens gebrek aan een deugdelijke grondslag. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit geen stand kan houden en dat de uitkering gebaseerd blijft op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% vanaf 10 maart 2007.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak waarin de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand werden gelaten en oordeelde over de proceskosten. De kosten die appellant in bezwaar had gemaakt konden niet worden vergoed omdat het verzoek te laat was ingediend, maar de kosten van een medische verklaring kwamen wel voor vergoeding in aanmerking. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van in totaal €688 aan proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De WAZ-uitkering blijft gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.