ECLI:NL:CRVB:2010:BL5976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen boven vermogensgrens
Betrokkene en zijn echtgenote ontvingen vanaf 1984 bijstand naast hun ouderdomspensioen. Na een signaal over niet opgegeven bankrekeningen startte het College een onderzoek en concludeerde dat zij vermogen boven de vermogensgrens hadden verzwegen. De bijstand werd over de periode 1 juli 1997 tot 30 juni 2006 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij zij alleen de echtgenote als partij aanmerkte, terwijl ook de overige erfgenamen partij hadden moeten zijn. In hoger beroep oordeelt de Raad dat betrokkene en echtgenote niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet over de tegoeden beschikten. De stelling dat zij de inlichtingenplicht niet begrepen vanwege taalproblemen wordt verworpen.
De Raad stelt vast dat het vermogen in de periode tot november 2004 boven de vermogensgrens lag, waardoor zij geen recht op bijstand hadden. Voor de periode daarna is niet duidelijk wat er met het vermogen is gebeurd, maar vanwege de schending van de inlichtingenplicht is intrekking gerechtvaardigd. De terugvordering van de kosten van bijstand is eveneens gegrond. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen vermogen boven de vermogensgrens wordt bevestigd.