ECLI:NL:CRVB:2010:BL6141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Geen redelijke grond voor ontslag wegens vermeende verstoorde arbeidsverhouding bij universiteit
Betrokkene was sinds 1993 universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente. Vanaf 2002 werd een voormalige collega benoemd tot zijn leidinggevende, wat leidde tot onenigheid en een opdracht tot samenwerking. In 2003 vonden functioneringsgesprekken plaats waarin betrokkene goede onderzoeks- en onderwijsresultaten behaalde, maar ook persoonlijke belemmeringen en stress meldde.
De decaan stelde in oktober 2003 dat de samenwerkingsrelatie tussen betrokkene en zijn leidinggevende onvoldoende genormaliseerd was en besloot tot een tijdelijke herplaatsing. Betrokkene kreeg verlof met sabbatical leave en keerde in 2004 terug. Na mislukte herplaatsingspogingen en ontslagvoornemens verleende het College van Bestuur in 2006 ontslag op grond van een vermeend onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit omdat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de arbeidsverhouding daadwerkelijk onherstelbaar verstoord was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant geen nieuwe bewijzen heeft aangevoerd om de verstoorde arbeidsrelatie aannemelijk te maken. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten en bepaalt griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College van Bestuur wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt vernietigd wegens het ontbreken van een redelijke grond.