ECLI:NL:CRVB:2010:BL6645

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6934 WAO + 08-6935 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake WAO

In deze zaak heeft verzoekster, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. W.C. de Jonge, een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 november 2008, waarin haar aanspraken op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) niet naar behoren zouden zijn erkend. Het verzoek om herziening is gedaan op basis van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden. De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tijdens de zitting op 22 januari 2010 is het Uwv niet verschenen, terwijl verzoekster vertegenwoordigd was door haar advocaat.

De Raad heeft in zijn overwegingen vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gepresenteerd die aanleiding geven tot herziening van de eerdere uitspraak. De argumenten van verzoekster, waaronder de rapportage van Instituut Psychosofia, zijn niet als nieuw aangemerkt, aangezien deze feiten en omstandigheden reeds bekend waren in de eerdere procedure. De Raad heeft geconcludeerd dat de door verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de zaak niet kan plaatsvinden zonder nieuwe feiten of omstandigheden, zoals vereist door de wet.

Uiteindelijk heeft de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, met J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden. De beslissing is openbaar uitgesproken op 5 maart 2010.

Uitspraak

08/6934 WAO, 08/6935 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 november 2008, 07/575 + 07/3130,
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 november 2008, 07/575 WAO en 07/3130 WAO.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2010. Voor verzoekster is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv is met voorafgaand bericht niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.1. Verzoekster heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 2 februari 2009 en de daarbij overgelegde rapportage van Instituut Psychosofia van 28 januari 2009.
2.2. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de uitspraak van de Raad van 5 november 2008 niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
2.3. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in de rapportage van Instituut Psychosofia van 28 januari 2009, noch in hetgeen overigens van de zijde van verzoekster is aangevoerd, enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb gelegen nu de desbetreffende feiten en omstandigheden in de eerdere procedure bij de Raad, die is uitgemond in evengenoemde uitspraak van 5 november 2008 waarvan thans herziening wordt gevraagd, reeds naar voren zijn gebracht en bij verzoekster al bekend waren. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2010.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) A.E. van Rooij.
EK