ECLI:NL:CRVB:2010:BL6647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant, voormalig pluimveeslachter, viel in 1988 uit wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering die in 2000 werd vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2006 door verzekeringsarts Smol en arbeidsdeskundige Buskermolen werd het arbeidsongeschiktheidspercentage opnieuw vastgesteld, waarbij beperkingen werden vastgesteld ten aanzien van conflicthantering en samenwerking.
Appellant stelde dat de belastbaarheid onjuist was vastgesteld en dat de aan hem toegewezen functies medisch ongeschikt waren, mede vanwege beperkingen in gezichtsvermogen. Diverse medische rapporten, waaronder die van psychiater Van Eekeren en verpleegkundige, bevestigden echter een stabiele situatie zonder significante cognitieve of stemmingsstoornissen.
De bezwaarverzekeringsarts Momberg en arbeidsdeskundige Diergaarde concludeerden dat de functies passend waren en dat het verlies aan verdienvermogen correct was berekend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak, oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend was en wees het verzoek om benoeming van een deskundige psychiater en oogarts af.
De Raad zag geen aanleiding tot kostenveroordeling en bevestigde het besluit van het UWV dat de WAO-uitkering van appellant met ingang van 16 juni 2006 werd vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%.