ECLI:NL:CRVB:2010:BL6703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds september 2005 wegens spanningsklachten en gevolgen van een verkeersongeval arbeidsongeschikt is, vorderde een WIA-uitkering. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek en arbeidskundige beoordeling vast dat zij fysiek weinig belastbaar is en psychisch beperkt, maar nog voldoende arbeidsmogelijkheden heeft zonder urenbeperking. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante geen verlies aan verdiencapaciteit lijdt.
Na bezwaar en heroverweging, inclusief een medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en een arbeidskundige herbeoordeling, handhaafde het UWV het besluit dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldigheid of vooringenomenheid in het onderzoek.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en voerde zij aan dat het medisch onderzoek niet voldeed en dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld. Zij ondersteunde dit met brieven van een oefentherapeut en huisarts. De Raad oordeelde echter dat deze brieven geen objectieve medische aanwijzingen bevatten voor zwaardere beperkingen en dat subjectieve klachten onvoldoende zijn om het oordeel te wijzigen.
De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige grondslagen deugdelijk zijn en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.