Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6750

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1535 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:75 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank inzake arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling UWV

Appellant heeft zich ziekgemeld wegens psychische klachten en het UWV stelde bij besluit vast dat geen recht op WIA-uitkering bestond. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep richtte appellant zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuwe beslissing waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 80 tot 100%.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat met deze nieuwe beslissing volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant, waardoor het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het eerdere besluit in stand liet, vernietigd moet worden. Appellant stemde in met deze nieuwe beslissing en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep, begroot op €322,-, en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Partijen zijn niet verschenen bij de zitting. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 maart 2010.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit in stand liet en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

09/1535 WIA
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 2 februari 2009, 07/1230 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A. Faber-Speksnijder, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp te Assen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op verzoek van de Raad heeft de als deskundige benoemde psychiater dr. H.N. Sno op 5 oktober 2009 een rapport uitgebracht.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 22 januari 2010. Partijen zijn - met voorafgaand bericht - niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant heeft zich met ingang van 1 december 2004 ziekgemeld wegens psychische klachten.
1.2. Bij besluit van 18 augustus 2006 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant na afloop van de wachttijd met ingang van 30 augustus 2006, geen recht op uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan.
1.3. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 13 april 2007 heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit
van 13 april 2007 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de rechtgevolgen van het besluit geheel in stand gelaten. De rechtbank heeft aanvullende beslissingen gegeven over de proceskosten en het griffierecht.
3.1. Het hoger beroep van appellant is uitsluitend gericht tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 13 april 2007.
3.2. Hangende het hoger beroep heeft het Uwv op 21 januari 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid per 30 augustus 2006 is vastgesteld op 80 tot 100%. Het Uwv heeft onder verwijzing naar de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de Raad verzocht deze nieuwe beslissing in de procedure te betrekken.
3.3. Bij faxbericht van 21 januari 2010 heeft appellant aan de Raad medegedeeld dat hij zich met de uitkomst van het besluit van 21 januari 2010 kan verenigen. Verzocht is om veroordeling in de proceskosten die zijn gemaakt in beroep en hoger beroep.
4.1. Er bestaat geen ruimte om, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, bij de behandeling van het hoger beroep tevens een oordeel te geven over het besluit van 21 januari 2010, nu met dit nadere besluit geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant.
4.2. Gelet op het standpunt van het Uwv zoals neergelegd in het besluit van 21 januari 2010 en de reactie van appellant op dit besluit, is de Raad van oordeel dat de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 13 april 2007 geheel in stand zijn gelaten, vernietigd dient te worden.
5. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep. De Raad stelt vast dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak reeds een beslissing heeft gegeven omtrent de vergoeding van de proceskosten in beroep. De Raad acht daarom slechts termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 13 april 2007 geheel in stand zijn gelaten;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag groot € 322,-;
Bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierrecht van € 110,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2010.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) A.E. van Rooij.
EK