ECLI:NL:CRVB:2010:BL6753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsbesluit eigen risicodrager WAO-uitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellante, als rechtsopvolger van een failliete werkgever, werd per 1 juli 2004 aangemerkt als eigen risicodrager voor de WAO-uitkering van een werknemer die sinds 2000 arbeidsongeschikt was. Het UWV betaalde de uitkering aan de werknemer en stelde de appellante aansprakelijk voor terugbetaling van deze uitkeringen over de periode dat zij eigen risicodrager was.
Appellante maakte bezwaar tegen dit verhaalsbesluit en voerde aan dat zij niet op de hoogte was gesteld van de uitkering en dat het UWV had moeten afzien van verhaal vanwege het ontbreken van een eerstejaarsherbeoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het UWV op grond van dwingend recht verplicht was de uitkering te betalen en te verhalen op de eigen risicodrager. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van dit dwingend recht konden verhinderen. Appellante had zelf onderzoeksplicht en had informatie kunnen inwinnen bij het UWV. Ook had zij het recht om het recht op uitkering te laten herbeoordelen en daartegen rechtsmiddelen te gebruiken.
De Raad concludeerde dat het verhaalsbesluit terecht is genomen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het verhaalsbesluit en verklaart het beroep van appellante ongegrond.