ECLI:NL:CRVB:2010:BL6825

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6514 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling gemeente Elburg in proceskosten na intrekking hoger beroep WMO

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen in een zaak betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Dit hoger beroep werd vervolgens door de gemeente ingetrokken.

Namens betrokkene werd verzocht de gemeente te veroordelen in de kosten van rechtsbijstand die betrokkene redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht de gemeente veroordeeld kon worden in deze proceskosten.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken en dat het verzoek om kostenvergoeding gegrond was. De proceskosten werden begroot op €322, welke de gemeente Elburg moest betalen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.N.A. Bootsma op 24 februari 2010.

Uitkomst: De gemeente Elburg wordt veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

08/6514 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg, (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutpen van 30 september 2008, 07/1288 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)
en
appellant.
Datum uitspraak: 24 februari 2010
I. PROCESVERLOOP
W. Peters, werkzaam bij de Stichting Stimulansz te Utrecht, heeft namens appellant hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 24 maart 2008 (lees: 2009) heeft W. Peters het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft mr. H.G. Righolt, werkzaam bij Stichting De Ombudsman te Hilversum, namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep is gedaan.
De Raad ziet aanleiding om appelant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,-- in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,--, te betalen door de gemeente Elburg.
Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2010.
(get.) J.N.A. Bootsma.
(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
mm